|
Waarom en hoeveel eiwitten? |
|
|
|
De functies van eiwitten.
1. Bouwstof. Het menselijk lichaam bestaat voor bijna 20% uit eiwitten. Ze vormen een bestanddeel van alle cellen en weefsels. Ieder weefsel heeft zijn eigen specifieke aminozurenpatroon. Zoals de eiwitten in haren en nagels zijn anders dan die in wanden van de bloedvaten en die in de botten. De celgroei en vervanging is continue. Bijvoorbeeld herstel van spieren na training, haargroei, groei van haren en nagels, alle celvernieuwing van afgestoten lichaamscellen. Vandaar de noodzaak van goede eiwitinname. 2. Bestanddeel van enzymen. Enzymen worden door het lichaam zelf gemaakt uit aminozuren. Ze zijn nodig en onmisbaar voor de spijsvertering en stofwisseling. Ze zorgen ervoor dat de voedingsstoffen worden opgenomen in de lichaamscellen. Als dat niet goed gebeurt heeft dat dodelijke gevolgen. 3. Bestanddeel van hormonen. Deze spelen een ook een rol bij de spijsvertering en de stofwisseling. En hormonen hebben tal van andere functies in het lichaam. 4. Bestanddeel van antistoffen. Hun functie is weer de afweer van het lichaam tegen vreemde stoffen. 5. Transportmiddel. Eiwitten binden zich aan vetzuren, omhullen die en zo kunnen ze getransporteerd worden. Anders zouden de vetzuren schade aanrichten aan de lichaamscellen. Ook transporteren ze mineralen zoals ijzer door het bloed.
6. Brandstof. Alleen als er een tekort aan koolhydraten en vetten aanwezig zijn om te verbranden breekt het lichaam eiwit af om toch maar aan brandstof te komen. Dit is geen gunstige situatie. Zie ook artikel over voldoende eten.
Hoeveel hebben we nodig? Dit verschilt per leeftijd, geslacht, lichamelijke toestand, activiteit en energiegehalte van de voeding. Voor volwassenen is dit gemiddeld 0.8 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht. Voor kinderen in de groei, voor zieke mensen die moeten herstellen en sporters kan de dagelijkse eiwitbehoefte oplopen tot 1.2 a 1.5 gram per kilo lichaamsgewicht en voor krachtssporters zelfs 2 gram. In Nederland komen er geen eiwittekorten voor.
|